Elke maand moet ik aan het groeninfuus

De Columnist van Weldadigheid

Een column over de Koloniën van Weldadigheid. Waarom moet je ernaartoe? Wat maakt het zo bijzonder? Vandaag aan het woord: Patricia Snel, schrijver van de historische romans De vondeling van Veenhuizen en De wees van Westerbeek. Met haar twee waargebeurde verhalen verbindt zij de Unesco Werelderfgoeddorpen Veenhuizen en Frederiksoord. En wist je dat 1 op de 16 Nederlanders nazaat is van iemand die in de Kolonien heeft gezeten? Een miljoen Nederlanders! 

Al vanaf mijn zesde kom ik in Drenthe. Ik heb er zelfs gewoond. Ik hou echt van deze Provincie. Nu woon ik in Amsterdam, maar elke maand moet ik aan het groeninfuus, de drukte van de stad ontvluchten. Dan verblijf ik een paar dagen in het Drentse bos, in een fijn hotel onder het genot van goed eten en drinken en wandel vervolgens met mijn rugzakje door de natuur. Meestal bezoek ik het Vierde Gesticht in Veenhuizen, de begraafplaats, loop ik over het grasveld waar duizenden kinderen anoniem begraven zijn en steek ik er een kaarsje op bij de treurbeuk. Zomaar. 

Toen ik weer een weekend kwam opladen en naar de podwalk van Daan Schuurmans luisterde, Het verhaal van Nederland, dacht ik: Nu wil ik echt alles over de Maatschappij van Weldadigheid weten (1818-1859), over deze landbouwende kolonie die de armoede wilde bestrijden onder de bezielende leiding van oprichter en bedenker Johannes van den Bosch. Ik kocht alle boeken over deze periode, verdiepte me in deze rijke geschiedenis en toen ik in het Gevangenismuseum op het boekje De wees van Amsterdam van Karel Möller stuitte, ontroerde en inspireerde zijn relaas over zijn harde leven in het Eerste Gesticht me zo (zijn zus Lize en broertje Willem liggen nota bene op dat grasveldje bij de treurbeuk begraven) dat zijn verhaal uiteindelijk tot De vondeling van Veenhuizen heeft geleid. Deze op feiten gebaseerde roman heb ik opgedragen aan alle 8600 weeskinderen die vanaf 1824 in Veenhuizen belandden. Aanstaande september zal een monument onthuld worden ter ere van deze wezen. Alle namen van de kinderen die op het Vierde Gesticht zijn begraven zullen het licht zien.

Maar met De vondeling van Veenhuizen was nog niet alles verteld. Want, zoals dat gaat, bracht onderzoek me nog verder terug in de tijd, naar het aller begin van de Maatschappij: naar 1818, naar de Proefkolonie in Frederiksoord, dertig kilometer zuidwestelijk. In De wees van Westerbeek hebben de verhalen over het alledaagse leven van deze proefkolonisten in hun hoeves, hun armoede, de vraag of dit probleem wel op te lossen is en de samengestelde gezinnen me in het Unesco-domein gebied gehouden. De kolonisten en in hun hoeves geplaatste wezen heb ik getracht opnieuw een stem te geven: in het bijzonder mijn historische hoofdpersonages Riekje de Wals, de wees Geeske Durks Gadsonides en directeur Benjamin van den Bosch die in huis Westerbeek woonde. Zo’n koloniehuisje kun je mooi bezichtigen, net als huis Westerbeek, het huis van de onderdirecteur en de plek waar de spinzaal was en de koloniewinkel. Frederiksoord brengt je terug in die tijd.

En het mooie is dat 2026 het jaar is waarin beide dorpen hun vijfjarig Unesco Werelderfgoed-jubileum vieren. Met festivals (o.a. Noordergloed in Veenhuizen op 20 en 21 juni), tentoonstellingen in o.a. museum De Proefkolonie, literair festival Zomerzinnen (28 juni in Frederiksoord) en natuurlijk via mijn historische romans, hoop ik dat de miljoen Nederlanders die nazaat zijn van iemand die in de Koloniën heeft gezeten, dan wel via mijn boeken, dan wel via al het moois dat er te zien en leren valt in de andere musea, deze prachtige dorpen en haar natuur komen bezoeken. Met mijn boeken beloof ik de lezers in ieder geval vijf generaties mee terug in de tijd te nemen en hun hart te raken met deze persoonlijke verhalen. En misschien, heel misschien ben jij ook wel een nazaat van iemand die in de Koloniën heeft gezeten.

Verhalen van anderen - Achtergrondverhalen